En zij namen hun benen, en schiepen uit hen broers en zusters, en veranderden hun aard zodat dezen waren als zijzelf, maar met een eigen karakter en een eigen wil. En zij herhaalden dit, tot zij tevreden waren met de som hunner broers en zusters. Acht in getale waren zij. En zij werden genoemd Tiskana-Ilai, kinderen der Tiskanai.
Abilad nu zag dit alles, en Hij zuchtte. Maar, wetende dat Zijn kinderen nu vele in getale waren gaf Hij ook deze een draad van Zijn macht en een naam uit Zijn hart. En hun namen waren: Hattel, Irunia, Vanas, Mespotan, Zeno, Derunia, Wechtan en Olki. Vijf mannelijke en drie vrouwelijke waren zij. Ook zij ontfermden zich over de Anderen, en leerden hen de wegen van Amina, elk op zijn eigen manier.
De Tiskana-Ilai zijn de goden die ontstonden uit de Tiskanai. Ze staan in rang onder de Tsitsero maar worden in de praktijk vaak als hoger dan de Tsitsero gezien, omdat ze ouder zijn.
De Tiskana-Ilai zijn veruit de meest avontuurlijke van de godenwereld. Ze zijn de actiefste en de emotioneelste van alle goden, maar ook de goden die de meeste problemen veroorzaken en het meest zelf in de problemen raken. De Tiskana-Ilai erkennen het gezag van Mespotan.
Onder de Tiskana-Ilai horen:
Hattel (god van de Aardmannetjes, Trollen en Knottrollen), Irunia (godin van de Faunen met Arya), Vanas (god van de Landelfen), Mespotan (goden-heerser), Zeno (godin van de Phaosfeeën), Derunia (ex-godin), Wechtan (god van de Feeën en Olki (schepper van de Vampiers, nu god van de Weerwolven).