Hogere magie
Spreuken
- Magiebanden leren maken
- Spreuk combineren met ander soort magie
- Twee nonverbale spreuken
- Spreuk nonverbaal combineren met ander soort magie
- Drie spreuken tegelijk
- Twee spreuken combineren met een andere soort magie
Illusionisme
- Auditieve illusies
- Geurillusies
- Tastillusies
- Geestelijke illusies
- Optische illusies combineren met auditieve-, geur-, tast- en/of geestelijke illusies
- Twee willekeurige illusies combineren
Wilsmagie
- Je wil overbrengen op een klein dier
- Je wil overbrengen op een groot dier
- Je wil overbrengen op een mens
Telekinese
- Kleine dingen teleporteren over kleine afstanden (max 50 meter)
- Grote dingen teleporteren over kleine afstanden (max 50 meter)
- Meerdere kleine dingen teleporteren over kleine afstanden (max 50 meter)
- Meerdere grote dingen teleporteren over kleine afstanden (max 50 meter)
- Jezelf teleporteren over kleine afstanden (max 50 meter)
- Jezelf plus nog één iemand teleporteren over kleine afstanden (max 50 meter)
Telepathie
- Telepathie leren aanvoelen en blokkeren.
- Telepathie gebruiken om je volledig van de buitenwereld af te sluiten (concentratie verhogen, hierdoor kan men beter op magie concentreren en magie dus sterker worden).
- Telepathie gebruiken om in iemands gedachten binnen te dringen (ook als deze persoon je blokkeert).
- Door middel van telepathie je geest tijdelijk je lichaam laten verlaten.
- Telepathie gebruiken om de beelden/geluiden van anderen te onderscheppen.
- Telepathie gebruiken om andere telepathie te onderscheppen en te manipuleren voor het de ontvanger bereikt.
Toverdranken
Elementaire magie
1. Een en twee elementen
- Een element twee dingen tegelijk laten doen (splitsen).
- Twee elementen oefenen.
- Twee elementen: één splitsen, andere doet hetzelfde als een van de twee gesplitste delen.
- Twee elementen splitsen.
2. Drie elementen
- Drie elementen oefenen.
- Een element splitsen, andere doen hetzelfde als een van de twee gesplitste delen.
- Twee elementen splitsen, andere doet hetzelfde als een van de vier gesplitste delen.
- Drie elementen splitsen.*
3. Vier elementen
- Vier elementen oefenen.
- Een element splitsen, andere doen hetzelfde als een van de twee gesplitste delen.
- Twee elementen splitsen, andere doen hetzelfde als een van de vier gesplitste delen.
- Drie elementen splitsen, andere doen hetzelfde als een van de zes gesplitste delen.*
- Vier elementen splitsen.*
4. Dubbel splitsen
- Een element twee keer splitsen (drie verschillende dingen laten doen).
- Twee elementen twee keer splitsen (ieder element drie dingen laten doen, zes totaal).
- Drie elementen twee keer splitsen (ieder element drie dingen laten doen, negen totaal).*
- Vier elementen twee keer splitsen (ieder element drie dingen laten doen, twaalf totaal).*
5. Twee combineren
- Twee elementen samen één doel laten bereiken.
- Twee elementen elkaar laten tegenwerken.
- Twee elementen elkaar laten versterken, zonder elkaar af te remmen/benadelen.
6. Drie combineren
- Drie elementen samen één doel laten bereiken.
- Drie elementen elkaar laten tegenwerken.
- Drie elementen elkaar laten versterken, zonder elkaar af te remmen/benadelen.*
*Is een optie voor de zeer goede leerlingen (anderen kunnen dit niet aan), geen vereiste, geeft wel hoger cijfer.
page revision: 8, last edited: 10 Feb 2012 14:09