Zie ook de uitleg van het Lexicon: sirene
Oorsprong:
Sirenen behoren tot de soort van de nimfen, maar zijn niet gekoppeld aan natuurlijke elementen als bomen en bronnen. De oorspronkelijke sirenenfamilie bestond uit elf sirenen, Agalope, Aglaphonos, Leucoisia, Ligeia, Molpe, Parthenope, Peisinoë, Raidne, Teles, Thelpexeia en Thelxiope. Zij vertegenwoordigden alles waar mannen (mensen!) op vallen, zowel de deugden als de ondeugden: perfectie, mooie stem, mooi gezicht, verleidend gezicht, schrille, etc. De Sirenen woonden op de eilandjes tussen Sorrento en Capri. Alle mannen die voorbij kwamen verleidden ze met hun prachtige stemmen. Ze lieten ze te pletter slaan op de rotsen en zogen hun daarna alle levenskracht uit. Zo konden ze eeuwig blijven leven en hadden ze ook geen behoefte zich voort te planten. Door een tragische gebeurtenis, waar een zeker mens die het hoog in de bol had, Owdiszuis genaamd, debet aan was veranderden tien van de elf sirenen in rotsblokken. Alleen Parthenope wist te ontkomen door te doen alsof ze dood was en in zee te storten. Ze spoelde aan op het vaste land. Daar maakte ze kennis met een aardige luchtelf, naam onbekend. Ze trouwden en wonderlijk genoeg baarde Parthenope kort daarop een dochter. Ze leek in niets op haar vader, ze was daarentegen een evenbeeld van haar moeder. Het bloed kroop waar het niet gaan kon; Parthenope en haar dochter waren geboren om te moorden. Op een goede dag verlieten ze hun woonplaats om weer op Capri te gaan wonen. Ze hervatten hun werk als mannenverleidsters/verslindsters, maar begrepen dat ze hun familielijn niet konden voortzetten zonder de mannen die ze aan de lopende band van kant maakten. Dus worden er af en toe op Capri weer nieuwe Sirene-dochters geboren. Door alle kruisingen en halfbloedsirenen gebeurt het tegenwoordig steeds vaker dat sirenen de hort op gaan, op zoek naar een nieuw leven. Zij vermengen zich met andere Myrofas en hebben niet meer het echte sirenebloed in zich.
Eigenschappen:
Lichamelijke eigenschappen:
Sirenen hebben voor de helft de gestalte van een vogel en voor de helft van een mensen, te vergelijken met meerminnen. Ze hebben het hoofd van een vrouw, over het algemeen prachtige gezichten, daar ze allemaal afstammeling zijn van Parthenope, wat maagdengezicht betekend. Extra aandacht vragen de stembanden, die bijzonder lang en flexibel zijn. Hun kelen kunnen geweldig geluid voortbrengen dat zeer ver draagt. De klankschoonheid is uitzonderlijk. Sirenen hebben voor de rest een lichaam geheel bedekt met glanzende veren. Ze hebben twee vogelvleugels, ongeveer zo groot als de rest van hun lichaam. Naast het gezicht zijn ook de twee armen niet met veren bedekt. Met deze armen bespelen zij de fluit of de citer. Ondanks hun bijzondere voorkomen hebben sirenen een grote aantrekkingskracht op het mannelijke deel van de wereld, maar nog het meest op de mensen.
Geestelijke eigenschappen:
Het mag duidelijk zijn: sirenen zijn intens gemeen. Ze doen zich lief en aardig voor, maar geven vorm aan de superlatief van huichelachtig. Ze zijn eropuit iedereen, ongeacht afkomst, in het verderf te storten. Vertrouw nóóit een sirene. Naast gemeen zijn ze ook ontzettend ijdel. Hun uiterlijk is het belangrijkste dat telt. Onderlinge jaloezie komt dan ook veel voor. Zijn er ook nog goede eigenschappen? Misschien dat ze, als ze iets ten doel hebben gesteld, ook niet zullen rusten voor het ten uitvoer is gebracht. Maar het is de vraag of dat nog een goede eigenschap te noemen is wanneer het om hun louter snode plannen gaat.
Woongebieden:
Sirenes bewonen Alaikala-sva, Chrevnië en Gidrwan